Een eigen huis is een manier om vermogen op te bouwen. Sommige mensen verhuizen daarom van een huurwoning naar een koopwoning. Maar kopen heeft ook nadelen. Bij een koopwoning horen uitgaven die huurders niet hebben.
Ga je een huis kopen? Ga dan eens na wat er aan je uitgaven zal veranderen. Het kopen van een huis kan voordelen hebben ten opzichte van huren. Met een eigen woning bouw je bijvoorbeeld vermogen op. En de rente die je betaalt over de hypotheek, kunt je aftrekken van de belasting. Bovendien kunt je een koopwoning helemaal naar je eigen smaak veranderen.
Daar staat tegenover dat huren flexibeler is. je kunt de huur opzeggen wanneer je wilt, want je bent niet afhankelijk van de situatie op de huizenmarkt. Huiseigenaren hebben bovendien te maken met extra uitgaven die huurders niet hebben. Denk hierbij aan extra verzekeringen, het onderhoud van de woning en een aantal extra belastingen: de huurwaarde en gemeentelijke heffingen.
Verzekeringen
Een opstalverzekering is verplicht voor iedere huiseigenaar. Deze verzekering dekt de risico's van brand en andere schade aan het huis zelf, dus niet aan de inboedel. De hoogte van de verzekeringspremie is afhankelijk van de kosten die gemaakt moeten worden om het huis te herbouwen.
Een andere verzekering die huizenbezitters bijna altijd afsluiten, is de overlijdensrisicoverzekering. Stel dat je of je partner zou komen te overlijden voordat de hypotheek is afgelost. Dan gaat het inkomen van de achterblijvende partner omlaag. Met de uitkering van de overlijdensrisicoverzekering wordt het huis (gedeeltelijk) afbetaald en kan de langstlevende partner in ieder geval in het huis blijven wonen. Bij de spaarhypotheek is het overlijdensrisico automatisch gedekt.
Onderhoud huis en tuin
Verhuis je naar een koopwoning, dan komen de onderhoudskosten voor je eigen rekening. De kosten zijn onder meer afhankelijk van het type woning en het bouwjaar. je moet rekenen op een bedrag aan onderhoudskosten van ongeveer 1 procent van de waarde van de woning per jaar.
Huurwaarde van de woning
De Belastingdienst gaat ervan uit dat je een bepaald woongenot hebt van je eigen woning. Dit woongenot wordt uitgedrukt in een bedrag: de huurwaarde van de woning. Over dat bedrag moet je belasting betalen.
De huurwaarde is afhankelijk van de WOZ-waarde van je woning (Wet waardering onroerende zaken). Deze waarde wordt vastgesteld door de gemeente. Meestal gebeurt dat eens in de vier jaar. De huurwaarde (het eigenwoningforfait) moet je opgeven aan de belasting.
Gemeentelijke heffingen
Jaarlijks betaal je onroerendezaakbelasting (OZB) aan de gemeente. De OZB bestaat uit twee delen: een gebruikersdeel en een eigenarendeel. Huurders betalen alleen het gebruikersdeel. Woningbezitters betalen zowel het gebruikersdeel als het eigenarendeel. Ook de OZB is afhankelijk van de WOZ-waarde van de woning. De gemeente stelt de belastingtarieven jaarlijks vast.
Ook waterschappen kennen aparte heffingen voor bewoners van koopwoningen.
Meer informatie over het kopen of huren van een huis vind je door onderstaand PDF-bestand te downloaden.
Download PDF-bestand over kopen en huren van een huis
Samen een koopwoning?
Je bent samen huiseigenaar
Testament
Wat zijn de gevolgen van samenwonen als het een woning betreft die gemeenschappelijk eigendom is? Als je ongehuwd samenwoont, bedenk dan dat de langstlevende partner niet het recht van bewoning heeft zoals dit voor huwelijkspartners geldt. Dit recht kun je natuurlijk regelen in een testament. In dit geval moet je niet vergeten het testament te herroepen zodra jullie uit elkaar gaan.
Samenlevingsovereenkomst
Een andere mogelijkheid is een samenlevingsovereenkomst met een zogeheten verblijvingsbeding. In zo"n contract zijn zaken geregeld als hypotheekrente en premies voor de levensverzekering. In de meeste gevallen is een samenlevingscontract ook vereist om recht op een partnerpensioen te krijgen indien één van beide partners overlijdt. En belangrijk: bij overlijden van je partner heb je zo geen testament nodig om zijn/haar deel van de woning te krijgen. Zónder contract (of testament) gaat dit deel automatisch naar de "schoonfamilie" wanneer je partner wegvalt. Een samenlevingscontract is dus een kleine investering die veel problemen kan voorkomen.
Beëindiging van het samenlevingscontract
Een samenlevingscontract eindigt op het moment dat beide partners dit afspreken. Formaliteiten zoals bij een echtscheiding zijn niet nodig. Als partners gemeenschappelijk eigenaar van een woning zijn en na het verbreken van de relatie blijft één van beiden het huis bewonen, dan is een akte van scheiding en deling via de notaris nodig om de woning op één naam te krijgen.
Eén van jullie beiden is huiseigenaar
Overwaarde verdelen
Een samenlevingscontract regelt uitsluitend zaken die betrekking hebben op de gemeenschappelijke bezittingen. Individuele bezittingen van de samenwoners vallen hier dus buiten. Als één beiden al een woning bezit voordat je gaat samenwonen, dan verandert het samenwonen hier niets aan.
Als je echter beiden gaat betalen aan de woning, kun je in het contract afspreken hoe de overwaarde van de woning verdeeld gaat worden. Dit betreft de overwaarde die ontstaat vanaf het begin dat je samenwoont tot het moment dat de samenleving wordt beëindigd.
Voorwaarden
Voor de Belastingdienst bent je samenwonend als je minstens zes maanden onafgebroken samenwoont en je gedurende deze periode allebei op hetzelfde adres staat ingeschreven bij de gemeente. Daarnaast moet je beiden ouder zijn dan achttien jaar. Voor de belasting zijn mensen die samenwonen, al dan niet na verloop van tijd, gelijkgesteld aan gehuwden of geregistreerde partners.
Basisaftrek overdragen
Als je samenwoont, hebben jij en je huisgenoot ieder recht op een belastingvrij bedrag (een bedrag dat je mag verdienen zonder daar belasting over te betalen) van € 4.062. Verdient één van jullie minder dan € 3.868, dan mag de basisaftrek worden overdragen aan de huisgenoot. Hierdoor krijgt hij/zij een belastingvrij bedrag van € 7.930.
Fiscaal partnerschap
Samenwoners mogen ook kiezen voor het fiscaal partnerschap. Dan kunnen ze de gemeenschappelijke inkomsten willekeurig aan elkaar toerekenen. Dat geldt ook voor bepaalde aftrekposten. Bovendien komen ze allebei in aanmerking voor heffingskortingen, ook als één van beiden weinig of niets verdient. Je kunt elk jaar opnieuw bepalen of je kiest voor het partnerschap.
|